Route: Doeshaven-Does-Oude Rijn-Westvaart-Burgemeester Warnaarkade (Hazerwoude-Dorp)-Oostvaart-Oude Rijn-Doeshaven Lengte tocht: 20 km
Datum: 15 januari 2012
Wind: Oost 1
Neeslag: Geen
Temperatuur: 1 -3 graden
Bewolking: Half bewolkt
Mijn stukjes beginnen steeds met een weerbericht. Het belooft mooi weer te worden etc etc. Tijd om daar verandering in aan te brengen. Ik begin opnieuw:
Vandaag heb ik een afspraak met Jaap om te gaan varen. Kwart voor negen bij het clubhuis. Iets voor de afgesproken tijd zet ik mijn fiets tegen het hek bij Kano Rijnland. Ik heb mijn fiets nog niet op slot gezet of daar is Jaap al. Ik heb er zin in. Snel kleden we ons om en stappen in de boot. Jaap heeft het idee om naar Hazerswoude-Dorp te varen.
Als ik het tenminste niet erg vind om af en toe over te dragen. “Neuh”, zeg ik. De Oude Rijn is ter hoogte van de A4 waarschijnlijk nog afgesloten, dus het rondje via Hazerswoude-Dorp lijkt mij zo gek nog niet. Bovendien heb ik daar nog nooit gevaren. Leuk, nieuwe vergezichten. Het is nagenoeg windstil en er is wel wat laaghangende bewolking, maar volgens weerman Marco Verhoeff zal dat snel oplossen. Eindelijk weer eens weinig wind denk ik. De boot klieft door het water. Bij de boeg krult een golfje zich om. Om de een of andere reden ben ik altijd gebiologeerd door dat golfje. Waarom zie ik hem altijd wel aan de rechterkant van mijn boot en nooit links (behalve dan als ik heel hard vaar)? Het geluid van de peddel die zachtjes in het water plonst. Het schuren van mijn mouwen langs mijn zij: zft, zft, zft, zft….. We varen de haven uit, de Does op. Na een paar minuten zie ik een man in zijn rode boot. Dezelfde man, dezelfde boot: vorige week. En de week ervoor. En de week daarvoor. Jaap en ik varen al keuvelend de Oude Rijn op. Drie kwartier later zegt Jaap: “ Hier moeten we de kano overdragen” . Ik ben nog niet eerder op een dergelijke plek met een hoge oever uitgestapt. Ik denk: het ergste wat me kan overkomen is dat ik in het water val. Stijf als een houten plank werk ik mij de kano uit en grijp mij vast aan de kant. Ik kan op een metalen rand gaan staan en op de oever klimmen. Vervolgens trek ik de boot omhoog. We steken de Hoge Rijndijk over en aan de overkant laten we de boot weer in het water glijden. Mijn fototoestel rolt de oever af, het water in. Gelukkig zit hij in een waterdicht huis en blijft hij drijven.
We varen verder richting Hazerswoude-Dorp. Over een aantal jaar ligt even verderop het Bentwoud (dat wil zeggen als de staatssecretaris die over onze natuur gaat, Henk Bleker, verdere aanleg niet tegenhoudt). Dat wordt vast een leuk kanogebied bedenk ik mij! Na een tijdje hoor ik water stromen. Jaap vaart voor mij, maar stopt plotseling met peddelen en laat zich steeds dichter naar het geruis van het water drijven. Ik stop ook met peddelen. “Hier moeten we weer overdragen” zegt hij, “ze hebben de sluis die hier was dicht gemaakt”. Ik stap uit de boot en op de kant en sleep de boot 20 meter achter mij aan. Wijs geworden door de ervaring met het eerder zwemmende fototoestel doe ik hem nu achter mijn zitting. Het past net. Honderd meter verder moeten we weer klunen. We moeten een weg oversteken, maar niet nadat we eerst een peloton wielrenners in felgekleurde pakjes en allemaal met eenzelfde soort “hoesjes” om hun voeten. Zal wel tegen de kou zijn, denk ik. Voordat ik instap pak ik eerst mijn fototoestel achter mijn zitje vandaan. Tenminste dat is mijn bedoeling. Het lukt bijna niet hem erachter vandaan te krijgen. Ik trek, duw en wurm. Jaap zegt: “Je hebt hem er ook in gekregen”. “Ja, het lukt ook wel” zeg ik. “Krak”, zegt een knopje op het waterdichte huis, wat nu ineens geen waterdicht huis meer is…… Ondertussen zink ik ook tot mijn enkels weg in de modder. Ik weet in mijn kano te stappen en met mijn kont in de kuip en mijn voeten in het water probeer ik de modder van mijn voeten te spoelen. Dat lukt redelijk, denk ik tevreden. De boot vertelt echter, bij het volgende punt waar we moeten klunen, een ander verhaal, de kuip is een modderpoel. We varen inmiddels door Hazerswoude. Deze straat ken ik besef ik mij.
De Burgemeester Warnaarkade. Daar kwam ik vroeger nog weleens bij Sander, een vriend, die inmiddels in ‘t Hoge Noorden bij Jan Mulder in het dorp woont. Grappig, nu ik hier zo vaar denk ik, wat een mooie straat zo met die treurwilgen. Als jochie van 14, 15 was mij dat nooit zo opgevallen. Waarschijnlijk meer oog voor meisjes dan voor mooie straatjes. “Hier is de laatste keer dat we er uit moeten”, zegt Jaap. Ik schrik op uit mijn overpeinzingen. We naderen een sluis. Deze sluis mag je zelf bedienen. Leuk! Alleen om hem te bedienen moet je de kant op, dus dan kan je net zo goed overdragen, als je toch al op de kant staat. ‘Soepel’ glij ik mijn kajak uit. Jaap is al uitgestapt (waarom gaat hij minstens twee keer zo snel in en uit zijn boot dan ik?). Kajak op de nek en omhoog lopen. Op de dijk leggen we kajak neer. Koffie! Hé Marco Verhoeff,waar is die zon nou? Ik zie alleen maar wolken en in de verte wel wat blauw. Desondanks is het toch aangenaam. Zal wel komen doordat er geen wind is. De koffie is op, we gaan weer verder.
Ik kies voor de lage modderige instap en Jaap neemt de hoge schone instap. Teveel risico vind ik. Ik zie een bordje: “verboden te zwemmen”. Dat onderstreept nog eens mijn keuze. We varen verder. Plotseling breekt de zon door. Ik voel hem op de huid van mijn gezicht. Dit doet mij zó naar het voorjaar verlangen. Onder de N11 door en het boemelspoortje Leiden – Alphen en dan zijn we alweer op de Oude Rijn. Het water is vlak, maar niet voor lang. We passeren een stilliggend bootje met twee mannen en twee kinderen. Ze zijn aan het vissen. Tien minuten later zijn ze niet meer aan het vissen, maar aan het varen. Ze varen ons voorbij. Het gladde water verandert in een golvende badkuip. Even later verdwijnen de vissers achter een bocht en wij verbazen ons erover dat het water nog kilometers lang onrustig blijft. En dat door één bootje van nog geen 4 meter lang! Het was vandaag een fijne tocht. In de verte zie ik Heineken. Het zit er weer bijna op.



